Na het door aliens geinfesteerde Roswell, zijn we zondag verder noordwaards gegaan.
Onze volgende stop lag een goede 200 kilometer verder en heette Santa Rosa.
Een plaatsje langs Route 66 (tegenwoordig de I40) met nog geen 2.700 zielen. Maar wel met een aantal motels en restaurants en zelfs een automuseum(pje) dus een prima plek voor een stop.
Fort Sumner
Onderweg hebben we eerst een uitgebreide tussenstop gemaakt in Fort Sumner.Fort Sumner is een van de vele plaatsjes in het Westen van de VS waar het aantal inwoners al jaren gestaagd terugloopt en die langzaam maar zeker in spookstadjes veranderen. For Sumner vertoond ook zeker die symptomen, maar houdt voorlopig nog stand.
Dat er uberhaubt nog mensen wonen komt waarschijnlijk ook doordat het plaatsje één toeristische trekpleister heeft. De bekende outlaw Billy the Kid is hier namelijk om het leven gekomen in 1881 en ligt hier ook begraven. De plek trekt dan ook nog dagelijks bezoekers, al stonden er geen rijen toen wij gingen kijken.
In het plaatstje zelf is ook een zeer aandoenlijk museum geweid aan deze bandiet.
Tussen 1863 en 1868 was deze plek ook een concentratiekamp voor Navajo and Mescalero Apache indianen. Deze natives werden in 1863 verdreven uit hun oorspronkelijke woongebieden en verplaatst naar deze plek. De afstand moest lopend worden afgelegd en velen zijn tijdens de tocht overleden.
Eenmaal hier bleek de plek niet geschikt om deze mensen hier te vestigen omdat er niet genoeg voedsel verbouwd kon worden. Ook tijdens hun verblijf hier zijn er vele gestorven. Na veel onderhandelen en door vasthoudendheid van de indianen mochten ze in 1868 uiteindelijk naar hun oorspronkelijke gebieden terug.
Santa Rosa
Dit stadje dankt zijn bestaan voor een groot deel aan de twee spoorwegen die hier kruisen. Dat zorgde aan het begin van de vorige eeuw voor handel en dus groeide het stadje door tot meer dan 2.000 inwoners. De 3.000 hebben ze echter nooit gehaald.Er zijn wat motels en restaurants, maar naast het automuseum is er voor de toeristen niet veel te beleven.
Na Santa Rosa zijn we verder gereden via Las Vegas naar Santa Fe. Niet hét Las Vegas van de casino's en grote hotels, want dat ligt in Nevada, maar de naamgenoot uit New Mexico.
Een leuk stadje dat zijn uiterste best doet en waar nog wel wat leven te vinden is, al hebben ze het ook hier moeilijk.
Veel mensen trekken naar het veel grotere Santa Fe en Albuquerque omdat daar simpelweg meer werk is. Las Vegas heeft nog wel een universiteit en dat is de redding van dit oude stadje. In vroeger tijden schijnt Las Vegas een echte Wild West stad geweest te zijn, met alle schietpartijen, outlaws en toeters en bellen.
Vandaag de dag is het wat ingeslapen en de outlaws zijn vertrokken.
Santa Fe
Santa Fe is een compleet ander verhaal. Deze kleine stad groeit al jaren met een vrij rap tempo. Zo woonden hier in 1970 zo'n 41.000 mensen, inmiddels is dat aantall verdubbeld en groeit dus nog steeds,De stad staat bekend om de adobe huizen en de vele artiesten en kunstenaars. Het aantal galerieën is dan ook enorm en de kunst is van hoge kwaliteit. Santa Fe is tevens de hoofdstad van deze staat.
We hebben er hier inmiddels één nacht opzitten en blijven er nog minstens drie, want we zijn nog lang niet uitgekeken.












1 opmerking:
Veel plezier, altijd interessant om jullie ervaringen te lezen. 😎
Een reactie posten